Meer weten over ProfiNRG?​

Op deze website vindt u veel informatie over ons en onze groene strategie. Zijn uw vragen na het bekijken van de site nog niet beantwoord, neem dan contact op via onderstaande e-mail optie.

Aandeel hernieuwbare energie gegroeid tot 17 procent

zonnepark koningspleij Arhem Hernieuwbare energie 17 procent
Aandeel hernieuwbare energie gegroeid tot 17 procent 5

In 2023 was 17 procent van de gebruikte energie afkomstig uit hernieuwbare bronnen, en het aandeel hernieuwbare stroom steeg tot ongeveer 50 procent. Biomassa en windmolens leverden het grootste aandeel van de energie, gevolgd door een groeiend aandeel zonne-energie. Dat blijkt uit de jaarcijfers van energieopwek.nl.

Het afgelopen jaar was het aandeel hernieuwbare energie in Nederland bijna 17 procent, dat is 13 procent meer dan in 2022. Daarmee is het doel uit het energieakkoord behaald om in 2023 de energievoorziening voor 16 procent uit hernieuwbare energie te laten bestaan.

Nederland installeerde in 2023 voor 4,1 gigawatt aan zonnepanelen, blijkt uit cijfers van SolarPower Europe. Hiermee staat Nederland op de vijfde plaats in Europa, met Duitsland, Spanje, Italië en Polen aan kop. Wat betref het geïnstalleerde vermogen aan zonne-energie per inwoner is Nederland zelfs nummer één van Europa. Daarnaast worden windmolens ook steeds belangrijker. Het vermogen van windmolens op zee is momenteel 4,7 gigawatt, waarmee wordt voldaan aan de afspraak uit het energieakkoord die stelt dat dit 4,7 gigawatt moet zijn.

In 2023 is het aandeel stroom uit groene bronnen gestegen tot 50 procent, in 2022 was dat nog 41 procent. Zonne-energie leverde de meeste stroom (17,6 procent), gevolgd door windmolens op land (15,1 procent), windmolens op zee (9,9 procent), biomassa (7,3 procent) en waterkracht (0,1 procent). Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht dat in 2030 gemiddeld 85 procent van de energie uit hernieuwbare bronnen afkomstig is.

Deze productiegroei heeft ook regelmatig voor een stroomoverschot gezorgd. Door elektriciteit die niet gebruikt of geëxporteerd werd, ontstonden dan negatieve energieprijzen. Afgelopen jaar ging dit om 308 uur aan negatieve energieprijzen (tot en met 28 december), ten opzichte van 85 uur in 2022. Deze groei komt niet alleen door een groei in aanbod van zonne- en windenergie, maar ook door een gedaalde elektriciteitsvraag. Na jaren constant te zijn geweest, daalde die elektriciteitsvraag in 2023 namelijk met 5 procent. Deskundigen verwachten dat deze elektriciteitsvraag zal groeien, maar dat het aanbod aan zon- en windenergie sneller zal toenemen.

Bron: Solar 365